De verdachte heeft op 16 december 2018 zijn echtgenote in hun woning te Haarlem met een mes in de hals doorgesneden, waardoor zij is overleden. Het hof Amsterdam bevestigt de bewezenverklaring van doodslag, waarbij het interdisciplinair forensisch onderzoek het scenario van opzettelijk snijden met meerdere snijbewegingen ondersteunt.
De verdachte voerde in hoger beroep psychische overmacht aan, gebaseerd op een dissociatieve trance, en subsidiar een beroep op noodweerexces. Deze verweren werden door het hof verworpen vanwege onvoldoende bewijs en tegenstrijdigheden met het forensisch bewijs en verklaringen.
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 11 jaar gevangenisstraf. Gezien de ernst van het feit, het leed voor de nabestaanden, en het ontbreken van verzachtende omstandigheden, legt het hof een gevangenisstraf van 11 jaar op, verminderd met 6 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn, resulterend in 10,5 jaar.
De vorderingen tot schadevergoeding van de benadeelde partijen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing en de mogelijkheid deze bij de burgerlijke rechter aan te brengen. Het hof bepaalt tevens de teruggave en bewaring van diverse in beslag genomen voorwerpen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 28 september 2022.