Uitspraak
Kwalificatie van het bewezenverklaarde
Gepleegd
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
geldboetevan
€ 500,00 (vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
10 (tien) hechtenis.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak stond het hoger beroep centraal tegen het vonnis van de politierechter te Noord-Holland van 29 maart 2021. Verdachte werd beschuldigd van het meermalig opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod. Het handelen vond plaats op 29 oktober 2019 te IJmuiden, gemeente Velsen.
Het gerechtshof Amsterdam vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het hof oordeelde dat het bewezenverklaarde opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet betreft, meermalen gepleegd. Op grond hiervan werd verdachte veroordeeld tot een geldboete van vijfhonderd euro, te vervangen door tien dagen hechtenis bij niet-betaling.
De wettelijke basis voor de veroordeling werd gevormd door de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet en de artikelen 23, 24, 24c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis werd gewezen door mr. J.J.I. de Jong, in aanwezigheid van griffier mr. R.M. ter Horst.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €500, te vervangen door tien dagen hechtenis bij niet-betaling.