De verdachte werd in hoger beroep vervolgd voor poging tot zware mishandeling op 27 april 2018 te Hoorn, waarbij hij het slachtoffer meerdere malen tegen het hoofd en gezicht schopte terwijl het slachtoffer op de grond lag. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en achtte bewezen dat de verdachte het geweld heeft gepleegd.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen, onder meer van een politieambtenaar die het slachtoffer herkende en het letsel constateerde, en de eigen bekentenis van de verdachte dat hij die dag een persoon had geslagen en geschopt. Ondanks dat het slachtoffer geen aangifte deed en ontkende mishandeld te zijn, achtte het hof de bewijsvoering overtuigend.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, het letsel van het slachtoffer, de openbare plaats van het delict en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een reeds opgelegde gevangenisstraf in Duitsland. Het hof legde een gevangenisstraf van 8 weken op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, om de verdachte te stimuleren een positieve levensinvulling na detentie te geven.