ECLI:NL:GHAMS:2022:271
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging afwijzing verzoek tot opheffing onderbewindstelling wegens onvoldoende verbetering
Rechthebbende, geboren in 1940, is sinds 2019 onder bewind gesteld vanwege haar lichamelijke en geestelijke toestand. Na een eerdere afwijzing van haar verzoek tot opheffing van het bewind in december 2019, verzocht zij opnieuw om opheffing, stellende dat haar situatie was verbeterd, zij geen schulden meer had en de grote geldbedragen die in 2018 werden overgemaakt verklaarbaar waren.
De bewindvoerder betoogde dat het bewind noodzakelijk bleef vanwege de financiële situatie van rechthebbende, waaronder een aanzienlijke schuldenlast, onverklaarde pinopnames tijdens ziekenhuisopname, en het risico op misbruik doordat zij haar pincodes aan derden verstrekte. Ook was er sprake van een recente hersenbloeding in juli 2021.
Het hof concludeerde dat de geestelijke en lichamelijke toestand van rechthebbende onvoldoende was verbeterd om het bewind op te heffen. De zorgen over haar financiële overzicht en de mogelijkheid van misbruik bleven bestaan. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de bestreden beschikking bekrachtigd. Tevens werd het verzoek tot veroordeling van de bewindvoerder in kosten afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de onderbewindstelling blijft van kracht vanwege onvoldoende verbetering van de situatie van rechthebbende.