ECLI:NL:GHAMS:2022:2631
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens overlijden verdachte in hoger beroep
In deze strafzaak was tegen verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 12 april 2019. Tijdens de procedure in hoger beroep is gebleken dat de verdachte op 3 februari 2022 is overleden, zoals blijkt uit de akte van overlijden opgemaakt door de gemeente Den Haag.
Op grond van artikel 69 van Pro het Wetboek van Strafrecht vervalt het recht tot strafvordering tegen een overleden verdachte. Het Openbaar Ministerie is daarom niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging. Het gerechtshof heeft het vonnis waarvan beroep vernietigd en opnieuw recht gedaan door het OM niet-ontvankelijk te verklaren.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 14 april 2022. Hiermee wordt het strafproces tegen de overleden verdachte beëindigd en komt er geen inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden van de verdachte.