ECLI:NL:GHAMS:2022:2598
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en draagkrachtverdeling tussen ouders
Partijen zijn ouders van een minderjarige die zijn hoofdverblijfplaats bij de man heeft. De man verzocht om kinderalimentatie van de vrouw, die de rechtbank eerder afwees. In hoger beroep betoogde de man dat de draagkracht van de vrouw hoger is dan aangenomen, mede door het inkomen van haar echtgenoot, en dat hij onredelijk wordt benadeeld doordat hij het kind moet ophalen terwijl de vrouw geen bijdrage betaalt.
Het hof oordeelt dat het inkomen van de echtgenoot niet meetelt voor de draagkracht van de vrouw ten behoeve van het kind, omdat het kind niet tot dat gezin behoort. De vrouw heeft een hoger inkomen sinds april 2022 en lagere DUO-aflossingen, maar blijft onvoldoende draagkrachtig om een hogere bijdrage te betalen. De man heeft geen bezwaar tegen de inkomensgegevens.
De behoefte van het kind is vastgesteld op €325 per maand, met een zorgkorting van 25%. De totale draagkracht van beide ouders is voldoende om in deze behoefte te voorzien. Het hof berekent het aandeel van de vrouw op €6 per maand vanaf 1 april 2022. De eerdere beschikking wordt bekrachtigd voor de periode daarvoor. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De vrouw betaalt vanaf 1 april 2022 een maandelijkse kinderalimentatie van €6 aan de man.