ECLI:NL:GHAMS:2022:2592
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- J.M.C. Louwinger-Rijk
- A.N. van de Beek
- C.M. Buitendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling lagere dwangsom bij omgangsregeling tussen vader en minderjarige
In deze zaak staat de omgangsregeling tussen de man en zijn minderjarige kind centraal, waarbij de vrouw de verzorgende ouder is. De rechtbank had een dwangsom van €250 per keer dat de vrouw de omgangsregeling niet naleefde vastgesteld, met een maximum van €10.000. De man verzocht via incidenteel hoger beroep om verhoging van de dwangsom naar €500 per overtreding met een maximum van €65.000, terwijl de vrouw een verlaging of afwijzing van de dwangsom vorderde.
Sinds april 2022 heeft geen omgang plaatsgevonden vanwege een incident waarbij de man de moeder van de vrouw zou hebben bedreigd en vernielingen pleegde, waarbij het kind getuige was. De vrouw stelt dat het kind bang is voor de man en vreest voor haar veiligheid. De Raad voor de Kinderbescherming benadrukte het belang van zo spoedig mogelijk hervatten van de omgang en een herstelgesprek via het Ouder- en Kindteam.
Het hof oordeelt dat een dwangsom noodzakelijk is om naleving van de omgangsregeling te waarborgen, maar houdt rekening met de financiële situatie van de vrouw die een Participatiewet-uitkering ontvangt. Daarom wordt de dwangsom verlaagd naar €50 per overtreding met een maximum van €3.000. De overige verzoeken worden afgewezen en de kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De dwangsom bij niet-naleving van de omgangsregeling wordt verlaagd naar €50 per overtreding met een maximum van €3.000.