In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 16 september 2021 bevestigd, behalve ten aanzien van de opgelegde sanctie. De rechtbank had een ISD-maatregel van twee jaren opgelegd aan de verdachte die zich schuldig maakte aan vernieling en beschadiging van auto’s door met stenen te gooien.
Het hof stelde vast dat aan alle wettelijke voorwaarden voor het opleggen van een ISD-maatregel was voldaan, waaronder het bestaan van meerdere onherroepelijke vrijheidsstraffen in de voorgaande vijf jaar en het gevaar voor herhaling van strafbare feiten. De verdachte vertoont aanwijzingen van psychiatrische problematiek en weigert medewerking aan diagnostiek en behandeling, wat eerdere ISD-maatregelen en reclasseringcontacten ineffectief maakte.
Hoewel de advocaat-generaal de handhaving van de tweejarige ISD-maatregel vorderde, achtte het hof een maatregel van één jaar passend. Dit vanwege de reeds door de verdachte doorgebrachte periode van ruim veertien maanden voorarrest zonder behandeling en de noodzaak om hem alsnog een kans op behandeling en begeleiding te bieden. De tijd in voorarrest wordt niet in mindering gebracht op de duur van de ISD-maatregel.
Het hof vernietigde het vonnis voor wat betreft de sanctieoplegging en legde een ISD-maatregel van één jaar op, bevestigde het vonnis verder en baseerde zich op de artikelen 36f, 38m, 57 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.