Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant 1] ,
[appellant 2],
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten hebben een hypothecaire geldlening afgesloten bij Obvion N.V. voor de aankoop van hun woning. Door voortdurende betalingsachterstanden en meerdere executoriale beslagen op de woning heeft Obvion de lening opgezegd en opgeëist, waarna zij de woning openbaar wil verkopen. Appellanten vorderden in kort geding dat de verkoop zou worden verboden, stellende dat de achterstand gering is en zij vanwege de coronacrisis een tweede kans verdienen.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof oordeelt dat Obvion op grond van de geldende algemene voorwaarden en de feiten de lening rechtsgeldig heeft opgeëist. De betalingsachterstanden bestonden reeds vóór de coronacrisis, en er was geen goed herstelplan van appellanten.
Verder stelt het hof dat Obvion als hypotheekhouder bevoegd is tot executoriale verkoop van de woning en dat er geen sprake is van misbruik van bevoegdheid. Het belang van Obvion om haar volledige vordering te innen weegt zwaarder dan het belang van appellanten om uitstel te krijgen. Appellanten hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij duurzaam aan hun verplichtingen kunnen voldoen.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt appellanten in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt dat de bank de woning executoriaal mag verkopen.