Uitspraak
1.Het beklag
[beklaagde](hierna: beklaagde) ter zake van mishandeling.
Gerechtshof Amsterdam
Klager deed aangifte van mishandeling door beklaagde op 9 september 2020 te Amsterdam. De officier van justitie besloot de zaak voorwaardelijk te seponeren met een proeftijd van één jaar, omdat klager mede oorzaak was van het handelen van beklaagde.
Na mediation die zonder vaststellingsovereenkomst eindigde, behandelde het hof het beklag van klager tegen het niet instellen van strafvervolging. Zowel klager als beklaagde werden gehoord in raadkamer, waarbij klager het beklag handhaafde en beklaagde verzocht tot afwijzing.
Het hof oordeelde dat gezien de omstandigheden het sepot met proeftijd passend is en preventieve werking heeft. Er zijn geen aanwijzingen dat beklaagde zal herhalen. Vervolging heeft onvoldoende toegevoegde waarde en een strafrechter zal waarschijnlijk geen substantiële straf opleggen.
Daarom verklaarde het hof het beklag ongegrond en wees het af. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het hof wijst het beklag af en bevestigt het voorwaardelijk sepot met proeftijd van één jaar.