ECLI:NL:GHAMS:2022:2355
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gezamenlijk gezag over twee kinderen en afwijzing eenhoofdig gezag over één kind
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake het gezag over vier minderjarige kinderen van gescheiden ouders die na echtscheiding opnieuw een relatie hadden en deze in 2019 beëindigden. De moeder verzocht om eenhoofdig gezag over één kind en afwijzing van het gezamenlijk gezag over de jongste twee kinderen, terwijl de vader het gezamenlijk gezag wilde behouden.
De ouders kampen met ernstige communicatieproblemen en een verstoorde relatie, mede door conflicten over het huurrecht van de gezamenlijke woning. Hulpverlening en het traject Ouderschap Blijft zijn ingezet maar nog niet succesvol afgerond. De moeder trok haar verzoek over de zorgregeling in hoger beroep in.
Het hof oordeelt dat ondanks de communicatieproblemen het gezamenlijk gezag over de jongste twee kinderen gehandhaafd kan blijven, mede omdat de ouders bereid zijn een nieuwe poging te doen het traject Ouderschap Blijft te voltooien. Het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag over één kind wordt afgewezen omdat niet is gebleken dat het gezamenlijk gezag in strijd is met het belang van het kind.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd en iedere ouder draagt zijn eigen proceskosten. Het hof benadrukt het uitgangspunt van gezamenlijk gezag en ziet voldoende kansen op verbetering in de communicatie tussen de ouders.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het gezamenlijk gezag over de jongste twee kinderen en wijst het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag over één kind af.