ECLI:NL:GHAMS:2022:2319
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na ontbinding huwelijk en beëindiging samenwerking in maatschap tandartsenpraktijk
Partijen zijn gehuwd sinds 2008 met huwelijkse voorwaarden en hebben twee minderjarige kinderen. Het huwelijk is ontbonden in mei 2021. Partijen waren mede-eigenaar van een maatschap met een tandartsenpraktijk, die deels werd verkocht. De man werkte parttime in loondienst en de vrouw zette de praktijk voort.
In eerste aanleg werd kinderalimentatie vastgesteld op €137 per kind per maand en partneralimentatie afgewezen. De man ging in hoger beroep met verzoeken tot verhoging van kinderalimentatie en toekenning van partneralimentatie.
Het hof oordeelt dat de behoefte van de kinderen en de man moet worden vastgesteld aan de hand van de hofnorm, waarbij de kinderalimentatie wordt bekrachtigd. De man is deels behoeftig vanaf april 2022 vanwege wegvallende inkomsten uit de maatschap. De vrouw heeft draagkracht om partneralimentatie te betalen, rekening houdend met haar winst uit onderneming en schulden.
Het hof vernietigt de afwijzing van partneralimentatie en bepaalt dat de vrouw vanaf 1 april 2022 €168 bruto per maand aan de man moet betalen. De overige verzoeken worden afgewezen.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt bekrachtigd en de vrouw moet vanaf 1 april 2022 €168 bruto per maand partneralimentatie aan de man betalen.