ECLI:NL:GHAMS:2022:2240

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 juli 2022
Publicatiedatum
1 augustus 2022
Zaaknummer
200.299.721/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:345 BWArt. 2:350 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling onderzoeksbudget in enquêteprocedure tegen Steenfabriek De Rijswaard

In deze zaak heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Steenfabriek c.s. vanaf 16 oktober 2019. Een onderzoeker werd benoemd om dit onderzoek uit te voeren en diende een plan van aanpak met een begroting van de kosten in.

Partijen kregen gelegenheid om op de begroting te reageren. Verzoeksters en verweersters gingen akkoord met de begroting, waarbij verweersters wel opmerkten dat het bedrag fors was en vroegen om kritisch te kijken naar de kosten. Belanghebbende [I] maakte geen bezwaar.

De Ondernemingskamer oordeelde dat het begrote bedrag van €120.000 exclusief btw, inclusief een post onvoorzien van €15.000, voldoende was onderbouwd en niet onredelijk leek. Daarom werd dit bedrag als maximum vastgesteld voor het onderzoek. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.

Uitkomst: Het maximale onderzoeksbudget is vastgesteld op €120.000 exclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.299.721/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 27 juli 2022
inzake
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B],
gevestigd te [....] ,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[C],
gevestigd te [....] ,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[D] ,
gevestigd te [....] ,
VERZOEKSTERS,
advocaten:
mr. G.J.R. Kalsbeeken
mr. I.J. Rozendal, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[E],
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
STEENFABRIEK DE RIJSWAARD B.V.,
gevestigd te Aalst,
VERWEERSTERS,
advocaten:
mr. R.G.J. de Haan,
mr. M. Keuperen
mr. B.S.D. Sanders, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1. de stichting
STICHTING DE RIJSWAARD
gevestigd te Zaltbommel,
de leden van de raad van commissarissen van [E] :
2.
[F],
wonende te [....] ,
3.
[G] ,
wonende te [....] ,
de leden van de raad van commissarissen van Steenfabriek De Rijswaard B.V.:
4.
[F],
wonende te [....] ,
5.
[G],
wonende te [....] ,
6.
[H],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaten:
mr. R.G.J. de Haan,
mr. M. Keuperen
mr. B.S.D. Sanders, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n

7 [I] ,

wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. V.R.M. Appelmanen
mr. T.R. Bosker, beiden kantoorhoudende te Rotterdam,
e n t e g e n
8. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[J],
gevestigd te [....] ,
9. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[K],
gevestigd te [....] ,
niet verschenen,
BELANGHEBBENDEN.
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen (ook) als volgt worden aangeduid:
  • verzoeksters ieder afzonderlijk als [A] , [B] , [C] en [D] , en gezamenlijk als [L] ;
  • verweersters ieder afzonderlijk als BBBZ en als Steenfabriek, en gezamenlijk als Steenfabriek c.s.;
  • belanghebbenden sub 1 t/m 6 ieder afzonderlijk als STAK, [F] , [G] en [H] ;
  • Steenfabriek c.s. en belanghebbenden sub 1 t/m 6 gezamenlijk als BBBZ c.s.; en
  • belanghebbende sub 7 als [I] .

1.Het verloop van het geding

1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 3 en 14 februari 2022, 16 maart 2022 en 8 juni 2022 in deze zaak.
1.2
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van Steenfabriek c.s. over de periode vanaf 16 oktober 2019 en mr. F.D. Stibbe (hierna: de onderzoeker) benoemd om het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij die beschikkingen, bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding, [F] en [G] , uitsluitend wat betreft hun hoedanigheid van voorzitter van de raad van commissarissen van Steenfabriek, geschorst en, voor zover nodig in afwijking van de statuten:
- mr. M. Bijkerk benoemd tot commissaris, tevens voorzitter van de raad van commissarissen van Steenfabriek met beslissende stem;
- H.H. Kloos benoemd tot commissaris van de raad van commissarissen van BBBZ met doorslaggevende stem.
1.3
In de beschikking van 3 februari 2022 heeft de Ondernemingskamer de onderzoeker verzocht om een plan van aanpak en een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en toe te zenden (r.o. 3.28 van die beschikking).
1.4
De onderzoeker heeft bij e-mail van 1 juli 2022 een plan van aanpak met een begroting van de onderzoekskosten aan de Ondernemingskamer toegezonden.
1.5
De secretaris van de Ondernemingskamer heeft de advocaten van partijen bij e-mail van 5 juli 2022 in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de begroting van de kosten.
1.6
Bij e-mail van 8 juli 2022 heeft mr. Kalsbeek de Ondernemingskamer namens [L] bericht akkoord te gaan met de begroting van de kosten door de onderzoeker.
1.7
Bij e-mail van 19 juli 2022 heeft mr. Sanders de Ondernemingskamer namens BBBZ c.s. bericht akkoord te gaan met de begroting van de kosten door de onderzoeker, met dien verstande dat zij van het totaalbedrag wel “licht zijn geschrokken” en de onderzoeker en de Ondernemingskamer verzoeken kritisch naar de kosten van het onderzoek te kijken.
1.8
Van de zijde van [I] is binnen de daartoe gestelde termijn geen bezwaar tegen de begroting van de kosten van de onderzoeker ontvangen.

2.De gronden van de beslissing

2.1
De onderzoeker heeft het aantal uren dat het onderzoek in beslag zal nemen begroot en opgave gedaan van zijn uurtarief. De onderzoeker heeft de totale kosten van het onderzoek begroot op € 120.000 exclusief btw.
2.2
Hoewel het begrote onderzoeksbudget fors te noemen is, heeft de onderzoeker door middel van een specificatie van de door hem te verrichten onderzoekswerkzaamheden met een bijbehorende urenspecificatie, het begrote onderzoeksbudget naar het oordeel van de Ondernemingskamer dusdanig onderbouwd dat dit haar niet onredelijk voorkomt. De Ondernemingskamer hecht daarbij aan de toelichting van de onderzoeker bij de begroting dat in het totaalbedrag van € 120.000 exclusief btw een post onvoorzien is opgenomen van € 15.000 exclusief btw en dat het
‘zeer wel denkbaar is dat onderzoeker ruim binnen de begroting blijft’indien het onderzoek voorspoedig verloopt. Nu van de zijde van partijen geen inhoudelijke bezwaren tegen de begroting van de onderzoeker zijn ontvangen, zal de Ondernemingskamer het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vaststellen op € 120.000 exclusief btw.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 120.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. J.M. de Jongh en mr. T.A.M. Tijhuis, raadsheren, en prof. dr. mr. S. ten Have en drs. G. van Vollenhoven-Eikelenboom AAG, raden, in tegenwoordigheid van mr. S.C. Prins, griffier, en in het openbaar uitgesproken door mr. C.C. Meijer, raadsheer, op 27 juli 2022.