ECLI:NL:GHAMS:2022:2202
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging eenhoofdig gezag vader en informatieregeling in belang minderjarige
In deze zaak gaat het om de vraag welke gezagsregeling het meest in het belang is van de minderjarige geboren in 2006. De rechtbank had het gezamenlijk gezag van de moeder beëindigd en de vader belast met het eenhoofdig gezag. De moeder verzocht vernietiging van deze beschikking en schorsing van de werking ervan, terwijl de vader bekrachtiging verzocht.
Het hof heeft uitgebreid kennisgenomen van adviezen van de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming, die allen het eenhoofdig gezag bij de vader ondersteunen. Hoewel de vader in februari 2022 is veroordeeld voor gewoonte witwassen en vuurwapenbezit, is deze veroordeling nog niet onherroepelijk en het strafproces loopt in hoger beroep. Dit weegt mee in de beslissing.
De minderjarige woont sinds begin 2020 bij de vader en ervaart de situatie als stabiel. De communicatie tussen de ouders is zeer verstoord, waardoor gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind wordt geacht. Het hof acht het daarom passend het eenhoofdig gezag bij de vader te laten. Tevens wordt een informatieregeling vastgesteld waarbij de vader de moeder maandelijks per e-mail informeert over belangrijke zaken zoals school en hulpverlening.
De bijzondere curator wordt ontslagen van haar werkzaamheden en het verzoek van de moeder tot schorsing van de beschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard. Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst overige verzoeken af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het eenhoofdig gezag van de vader en stelt een informatieregeling vast ten behoeve van de moeder.