ECLI:NL:GHAMS:2022:2167
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens intrekking
In deze strafzaak was tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland hoger beroep ingesteld door de verdachte. Tijdens de terechtzitting van het gerechtshof Amsterdam op 6 juli 2022 gaf de raadsman aan dat de verdachte zijn hoger beroep wilde intrekken.
Het hof overwoog dat intrekking van het hoger beroep niet mogelijk is indien het onderzoek ter terechtzitting reeds is aangevangen. Gezien de mededeling van de raadsman concludeerde het hof dat de verdachte zijn oorspronkelijke bezwaren tegen het vonnis niet langer wenst te handhaven.
Daarnaast bleek er geen ander rechtens te respecteren belang dat een onderzoek in hoger beroep zou rechtvaardigen. Daarom verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, overeenkomstig artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 6 juli 2022, waarbij één raadsheer wegens verhindering niet medeondertekende.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting.