ECLI:NL:GHAMS:2022:2149
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- M. Senden
- A.J. van Es
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte in hoger beroep wegens ontbreken belang
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 7 april 2022 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep. De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 22 april 2021. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep gaf de raadsman van de verdachte aan dat de verdachte, gezien zijn bekennende verklaring en persoonlijke omstandigheden, zijn bezwaren tegen het vonnis niet langer handhaafde.
Op de zitting van 7 april 2022 herhaalde de raadsman dit standpunt en verzocht het hof de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij verder onderzoek van de zaak. Daarom is de verdachte niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters A.M. Koolen - Zwijnenburg, M. Senden en A.J. van Es. De uitspraak is gedaan in aanwezigheid van de griffier S. Geensen. Dit besluit betekent dat het hoger beroep van de verdachte niet wordt behandeld en het vonnis van de politierechter blijft staan.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van belang.