Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
,ingekomen op 11 januari 2022.
Gerechtshof Amsterdam
Uit de procedure blijkt dat de moeder geen invulling geeft aan het ouderlijk gezag over de minderjarige, waardoor deze al enige tijd geen onderwijs en noodzakelijke hulpverlening ontvangt. De vader is nauw betrokken bij de zorg voor het kind, dat in een gezinshuis verblijft, en verzoekt om eenhoofdig gezag toe te kennen.
De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming ondersteunen het verzoek van de vader, omdat de moeder niet meewerkt aan essentiële beslissingen zoals schoolwisselingen en diagnostiek. De moeder heeft het contact met het kind en de betrokken instanties verbroken en weigert toestemming te geven voor noodzakelijke hulpverlening.
Het hof overweegt dat gezamenlijk gezag alleen kan worden beëindigd indien de ouders niet in staat zijn tot gezamenlijke gezagsuitoefening en het belang van het kind dit vereist. Gezien de ernstige gedragsproblemen van het kind, de betrokkenheid van de vader en het ontbreken van medewerking van de moeder, acht het hof het noodzakelijk het gezamenlijk gezag te beëindigen en het eenhoofdig gezag aan de vader toe te kennen.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het gezamenlijk gezag wordt beëindigd. De vader krijgt het eenhoofdig gezag toegewezen, zodat hij beslissingen kan nemen zonder afhankelijk te zijn van de moeder, hetgeen in het belang van het kind is.
Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en het eenhoofdig gezag wordt toegekend aan de vader.