De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren wegens het invoeren van ongeveer 20 kilogram cocaïne vanuit Ecuador naar Nederland. In hoger beroep bevestigt het hof dit vonnis, maar vult het aan met een strafmaatoverweging en vervangt de gebruikte bewijsmiddelen.
De verdachte had geen vol opzet bewezen, maar heeft willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat zij drugs vervoerde. Zij accepteerde het verzoek van een man die zij kort kende om een koffer op haar naam in te checken, ondanks meerdere alarmerende omstandigheden zoals het gesloten karakter van de koffer, de afwezigheid van de sleutel, en het feit dat de koffer via meerdere landen zou reizen terwijl zij zelf niet verder dan Nederland zou reizen.
Het hof benadrukt de ernst van de verspreiding en handel in cocaïne, die een ernstige bedreiging vormt voor volksgezondheid en samenleving. Ondanks het verzoek van de verdediging om rekening te houden met haar status als alleenstaande moeder en ondernemer, acht het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. De straf van 4 jaren wordt gehandhaafd zonder voorwaardelijke oplegging.