De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor het rijden zonder rijbewijs op 19 september 2019 te Amsterdam. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zonder geldig rijbewijs een personenauto bestuurde op de Jodenbreestraat. De verdachte was eerder meermalen onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke feiten en pleegde het huidige feit gedurende meerdere proeftijden.
Hoewel het feit de verkeersveiligheid in gevaar brengt en recidive zich voordeed, achtte het hof de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder het starten van een opleiding, het aflossen van schulden en het stoppen met drugsgebruik, aanleiding om geen onvoorwaardelijke hechtenis op te leggen. De prille positieve ontwikkelingen zouden door een onvoorwaardelijke straf ernstig worden doorkruist.
Het hof legde daarom een geheel voorwaardelijke hechtenis van vier weken op, met een proeftijd van twee jaar. Tevens werden vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke hechtenissen afgewezen of nietig verklaard vanwege procedurele gebreken. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 januari 2022.