De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de kinderrechter die de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige dochter verlengde. De minderjarige verblijft sinds augustus 2021 in een pleeggezin vanwege een onveilige opvoedingssituatie thuis, gekenmerkt door verwaarlozing, onvoldoende verzorging en emotionele problemen.
Het hof heeft vastgesteld dat ondanks hulpverlening sinds 2016 de situatie niet structureel is verbeterd. De moeder heeft wel vooruitgang geboekt, zoals het aanpakken van haar verslavingsproblematiek, maar beschikt nog niet over voldoende pedagogische vaardigheden en erkenning van de impact van de thuissituatie op het kind. De minderjarige heeft trauma’s en hechtingsproblemen en heeft veel veiligheid en voorspelbaarheid nodig.
Het hof oordeelt dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing gerechtvaardigd is en noodzakelijk blijft in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Tevens is het van belang dat de moeder meewerkt aan systeemtherapie om de relatie met haar dochter te verbeteren. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.