ECLI:NL:GHAMS:2022:1821
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging haal- en brengregeling voor minderjarige bij ouders in hoger beroep
De ouders zijn in geschil over de haal- en brengregeling van hun minderjarige kind, waarbij het hof de eerdere beschikking van de rechtbank bevestigt. De vader haalt het kind elke vrijdag op school op en brengt het eens per maand terug, waardoor hij 75% van het vervoer verzorgt. De moeder vindt het lastig om het ophalen op zondag te organiseren vanwege werk en gebrek aan eigen vervoer.
Het hof overweegt dat het halen en brengen onderdeel is van de zorg- en opvoedingstaken die in beginsel tussen ouders verdeeld moeten worden. Gezien de gewijzigde omstandigheden, waaronder het definitief wonen van de vader op afstand en de werk- en opleidingssituatie van de moeder, is de huidige regeling passend en functioneert deze goed. De inzet van een derde, zoals de grootvader, bij het vervoer wordt als acceptabel gezien.
Het hof wijst daarom de verzoeken van beide ouders af om de regeling te wijzigen en benadrukt het belang van flexibiliteit en overleg tussen ouders bij toekomstige wijzigingen. Het advies van de Raad voor de Kinderbescherming om hulpverlening of mediation in te schakelen wordt onderschreven. De beschikking van de rechtbank blijft ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: De haal- en brengregeling blijft ongewijzigd waarbij de vader 75% van het vervoer verzorgt en de verzoeken tot wijziging worden afgewezen.