ECLI:NL:GHAMS:2022:1691
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Herziening partneralimentatie na echtscheiding met vaststelling behoefte en draagkracht
Partijen zijn in 1987 gehuwd op huwelijkse voorwaarden en zijn inmiddels gescheiden. De man werd bij beschikking veroordeeld tot betaling van partneralimentatie aan de vrouw. In hoger beroep werd de hoogte, ingangsdatum en duur van de alimentatie betwist.
Het hof stelde de ingangsdatum van de alimentatie vast op de datum van inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, namelijk 26 november 2021. De behoefte van de vrouw werd berekend aan de hand van de hofnorm, waarbij het netto besteedbaar gezinsinkomen over 2017 als uitgangspunt werd genomen. De behoefte werd vastgesteld op € 2.745,- netto per maand in 2022, verminderd met haar pensioenuitkering, resulterend in een aanvullende behoefte van € 2.229,- netto per maand tot 25 oktober 2022 en € 636,- netto per maand daarna.
De draagkracht van de man werd bepaald op basis van een redelijk salaris van € 48.000,- bruto per jaar, rekening houdend met zijn mogelijkheden om werkzaamheden uit te breiden. De partneralimentatie werd vastgesteld op € 629,- bruto per maand tot 25 oktober 2022. Het verzoek van de man om de alimentatie te limiteren tot die datum werd afgewezen omdat de vrouw niet geacht wordt haar werkzaamheden weer op te starten en haar inkomen lager is dan haar behoefte.
Het hof oordeelde dat de vrouw eventueel teveel ontvangen alimentatie moet terugbetalen en wees proceskostenveroordeling af, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Partneralimentatie vastgesteld op €629 bruto per maand tot 25 oktober 2022 met terugbetalingsverplichting voor teveel betaalde bedragen en afwijzing van limitering verzoek.