ECLI:NL:GHAMS:2022:1489

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 juni 2022
Publicatiedatum
18 mei 2022
Zaaknummer
200.302.682/01 NOT
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 lid 1 Wet op het notarisambt
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Klacht tegen notaris over wilsbekwaamheid bij testament op grond van vermoedelijke undue influence

De zaak betreft een klacht van klager tegen notarissen over het vermeende nalaten van onderzoek naar de wilsbekwaamheid van zijn overleden halfzuster bij het opstellen van haar testament. Klager vermoedt dat de erflaatster haar vermogen heeft nagelaten aan een persoon van wie zij zakelijk afhankelijk was, namelijk haar executeur en boekhouder.

Klager stelde dat de toegevoegd notaris onvoldoende onderzoek deed naar de mentale toestand van de erflaatster en dat er sprake was van undue influence, waardoor de vrije en onafhankelijke wilsvorming werd aangetast. De toegevoegd notaris betoogde dat de erflaatster zelf contact had gezocht voor testamentwijziging, dat zij zelfstandig leefde en geen aanwijzingen bestonden voor wilsonbekwaamheid.

De kamer voor het notariaat had de klacht ongegrond verklaard, en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof vernietigt de eerdere beslissing, verklaart de klacht tegen de notaris niet-ontvankelijk en tegen de toegevoegd notaris ongegrond wegens gebrek aan bewijs. De geheimhoudingsplicht van de notaris verhindert bovendien het verstrekken van informatie aan klager over het testament.

Uitkomst: De klacht tegen de toegevoegd notaris wordt ongegrond verklaard en tegen de notaris niet-ontvankelijk.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.302.682/01 NOT
nummer eerste aanleg : 21-18
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 7 juni 2022
inzake
[klager] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellant,
tegen

1.[notaris] ,

notaris te [plaats] ,
2.
[toegevoegd notaris] ,
toegevoegd notaris te [plaats] ,
geïntimeerden,
Partijen worden hierna klager dan wel de notaris respectievelijk de toegevoegd notaris (gezamenlijk: de notarissen) genoemd.

1.De zaak in het kort

Klager verwijt de notarissen dat zij hebben meegewerkt aan de totstandkoming van een testament van zijn halfzuster zonder haar wilsbekwaamheid nader te hebben onderzocht. Klager vermoedt dat zijn halfzuster haar vermogen heeft nagelaten aan een persoon van wie zij in zakelijk opzicht afhankelijk was.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Klager heeft op 9 november 2021 een beroepschrift - met bijlagen - bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 13 oktober 2021 (ECLI:NL:TNORDHA:2021:25).
2.2.
De notarissen hebben op 18 februari 2022 een verweerschrift bij het hof ingediend.
2.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.4.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 24 maart 2022. Klager en de notarissen zijn verschenen en hebben het woord gevoerd.

3.Feiten

Samengevat komen de feiten neer op het volgende.
3.1.
De halfzuster van klager, mevrouw [X] (hierna te noemen: erflaatster), is op [overlijdensdatum] 2020 overleden.
3.2.
Erflaatster had een testament gemaakt. Klager is in dit testament niet genoemd.
3.3.
Klager heeft achterhaald bij welk notariskantoor het testament is gepasseerd. Hij heeft vervolgens een klacht ingediend tegen de notaris. Onder de notaris verstaat hij [naam notariaat] notariaat. [naam notariaat] notariaat werd destijds gevormd door de notaris en de toegevoegd notaris.

4.Standpunt van klager

In het klaagschrift leest het hof de volgende klachtonderdelen.
4.1.
Klager verwijt de notaris dat hij heeft meegewerkt aan een testament voor erflaatster, waarbij klager vermoedt dat erflaatster alles heeft nagelaten aan een persoon van wie zij zakelijk afhankelijk was (de boekhouder).
4.2.
Klager verwijt de notaris dat hij niet of niet voldoende heeft onderzocht of erflaatster wilsbekwaam was en of zij de gevolgen van het opgestelde testament kon overzien.

5.Beoordeling

Ontvankelijkheid
5.1.
Volgens artikel 99 lid 1 Wet Pro op het notarisambt (hierna: Wna) kunnen klachten worden ingediend door een ieder met enig redelijk belang. Het is vaste rechtspraak dat dit begrip ruim moet worden uitgelegd. Klager is in het testament van erflaatster impliciet onterfd als erfgenaam. Hiermee is zijn belang en daarmee de ontvankelijkheid vast komen te staan.
Beklaagde(n)
5.2.
Uit het klaagschrift blijkt dat de verweten gedragingen uitsluitend zien op gedragingen van de toegevoegd notaris; klager klaagt niet over gedragingen van de notaris. Het hof verstaat daarom de klacht aldus dat de klacht mede is gericht tegen de toegevoegd notaris. Zij heeft ook in beide instanties, samen met de notaris, verweer gevoerd. Het hof is van oordeel dat de notaris niet tuchtrechtelijk kan worden aangesproken op het doen en laten van de toegevoegd notaris in deze zaak. De klacht zal, voor zover gericht tegen de notaris, daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
5.3.
Gelet op de nauwe onderlinge verbondenheid van de onder 4 genoemde klachtonderdelen ziet het hof aanleiding om, evenals de kamer, deze klachtonderdelen gezamenlijk te behandelen.
5.4.
Klager voert ter ondersteuning van zijn klacht aan dat hij vermoedt dat erflaatster haar vermogen heeft nagelaten aan de executeur van haar testament, tevens haar boekhouder. Klager is van mening dat het sowieso vreemd is dat erflaatster een testament had omdat zij erg onzakelijk was. Gedurende haar gehele leven was zij afhankelijk van haar in 2012 overleden jongere zus (de andere halfzus van klager). De boekhouder heeft vanaf 2012 de rol van deze vooroverleden jongere halfzus overgenomen. Erflaatster had zo weinig verstand van geld dat ze om deze reden wilsonbekwaam was. De notaris (het hof leest: de toegevoegd notaris) heeft onzorgvuldig gehandeld door hier geen onderzoek naar te doen. Klager is daarnaast van mening dat de toegevoegd notaris had moeten waken voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van erflaatster. Er is sprake geweest van undue influence van de kant van de executeur.
In hoger beroep voert klager aan dat de kamer zijn in eerste aanleg aangevoerde argumenten onvoldoende heeft meegewogen. Klager verwijt de toegevoegd notaris ten slotte dat zij zich star heeft opgesteld doordat zij met een beroep op haar geheimhoudingsplicht klager niet heeft willen helpen om enkele persoonlijke spullen van erflaatster van uitsluitend emotionele waarde te kunnen achterhalen.
5.5.
De toegevoegd notaris betoogt dat erflaatster destijds zelf contact heeft opgenomen met haar kantoor om haar testament te laten aanpassen. De toegevoegd notaris is bij erflaatster thuis uitgenodigd voor het bespreken (en later het passeren) van haar testament. Bij gelegenheid van deze besprekingen waren geen andere personen aanwezig. Er was geen enkele reden om te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflaatster; mevrouw woonde op zichzelf, was bezig met de uitgifte van een boek en ze reisde veel. Haar financiën regelde ze met ondersteuning van een werkstudent. Haar boekhouder verzorgde voor haar de belastingaangifte. Klager heeft zijn stelling dat erflaatster wilsonbekwaam was niet onderbouwd. Erflaatster was duidelijk en consistent ten aanzien van haar wensen met betrekking tot haar testament. In verband met haar geheimhoudingsplicht staat het de toegevoegd notaris niet vrij om mededelingen te doen over de inhoud van het testament van erflaatster.
5.6.
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht ongegrond verklaard. De kamer heeft, kort gezegd, overwogen dat vast is komen te staan dat klager niet in het testament is genoemd. Op grond van de geheimhoudingsplicht staat het de toegevoegd notaris daarom niet vrij om klager te informeren over de inhoud van het testament. Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan de toegevoegd notaris had moeten twijfelen aan de wilsbekwaamheid van erflaatster. Het hof ziet geen aanleiding om anders te oordelen dan de kamer inzake de ongegrondheid van de klacht, te meer nu klager ook ter zitting in hoger beroep zijn klacht niet heeft onderbouwd. Evenmin is gebleken dat de toegevoegd notaris onzorgvuldig is geweest ten aanzien van het waken voor een vrije en onafhankelijke wilsvorming van erflaatster. Het feit dat klager niet is opgenomen in het testament van erflaatster heeft tot gevolg dat klager geen aanspraak kan maken op de persoonlijke bezittingen van erflaatster. De toegevoegd notaris heeft ter zitting in hoger beroep ook verklaard dat dit een bewuste keuze van erflaatster is geweest.
5.7.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing, waarbij het hof voor alle duidelijkheid de beslissing van de kamer zal vernietigen en opnieuw zal beslissen.

6.Beslissing

Het hof:
- vernietigt de bestreden beslissing;
en, opnieuw beslissende:
- verklaart de klacht voor zover gericht tegen de notaris niet-ontvankelijk;
- verklaart de klacht voor zover gericht tegen de toegevoegd notaris ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. C.H.M. van Altena, H.T. van der Meer en J.L.G.M. Mertens en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2022 door de rolraadsheer.