Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
“Hierbij verklaren ondergetekenden om alle lopende gerechtelijke procedures inzake het gehuurde/verhuurde Hotel [X] gelegen aan de [A-straat] 15-boven te [plaats C] met betrekking tot de hoogte van de huurprijs, uitvoering onderhoud, etc. met onmiddellijke ingang te beëindigen, elk voor zijn eigen kosten.
Partijen hebben in deze gevoerde en lopende rechtszaken niets meer over en weer te vorderen.
“20.2 Indien huurder of verhuurder gebruik wil maken van zijn wettelijke bevoegdheid om, afgezien van de overeengekomen huurprijsaanpassing als bedoeld in 20.1, nadere vaststelling van de huurprijs te verlangen, stelt hij de andere partij daarvan bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst van in kennis uiterlijk zes maanden voor de datum waarop de herziene huurprijs zal moeten ingaan.
3.Beoordeling
Huurprijzenwaarin is vermeld dat de in het rapport vermelde huurprijzen ‘kale’ huurprijzen zijn waarbij geen rekening is gehouden met (service)kosten. Verder is het hanteren van casco huurprijzen, zoals [geïntimeerde] onweersproken heeft gesteld, doorgaans de praktijk bij hotels als de onderhavige. Het vermoeden dat dit anders is heeft [appellant] onvoldoende hard gemaakt met zijn berekening, waarover [geïntimeerde] nog terecht opmerkt dat [appellant] daarbij algemene branchecijfers uit 2010 als uitgangpunt neemt, die niets zeggen over de daadwerkelijke exploitatie. Daarbij heeft de deskundige Homan, die namens [appellant] is aangedragen, (ook) deze vergelijkingspanden goedgekeurd. Anders dan [appellant] stelt kan uit zijn commentaar op het rapport niet worden afgeleid dat niet alle huurprijzen van de vergelijkingspanden kale casco huurprijzen bevatten en daarin vergoedingen verdisconteerd zijn. Uit zijn brief die hierboven onder 2 sub u. gedeeltelijk is geciteerd volgt niet meer dan dat hij de deskundigen vraagt om in dit verband een goede vergelijking te maken, hij stelt of onderbouwt niet dat dat niet is gebeurd. En vervolgens geeft het definitieve rapport een antwoord op zijn vraag, namelijk dat de suggestie dat bij de vergelijkingspanden sprake zou zijn van een niet-casco situatie ‘ons bevreemdt’. Dit betekent dat de grief faalt.
ad a. [appellant] heeft onvoldoende onderbouwd dat de eigendom van de desbetreffende hotels van invloed is geweest op de hoogte van de huurprijs;
op basis van de aangeleverde huurgegevens en eigen onderzoek “ter plaatse””en na een gezamenlijk overleg besloten hebben de desbetreffende vergelijkpanden in het huurprijsadvies mee te nemen met de in het rapport vermelde kenmerken, is onvoldoende onderbouwd dat de genoemde WOZ oppervlaktes afdoen aan hetgeen de deskundigen hebben bevonden.