Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland inzake diefstal van grote hoeveelheden benzine door de verdachte en zijn mededaders in de periode van september tot november 2017.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van bepaalde tenlasteleggingen en veroordeelde hem voor andere feiten tot een gevangenisstraf van 10 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep tegen de vrijspraken, bevestigde het vonnis voor het overige, maar vernietigde de strafoplegging.
Gezien de ernst van de feiten, de planmatige en professionele werkwijze, en de aanzienlijke financiële schade, achtte het hof een gevangenisstraf passend. Gezien de broze gezondheidstoestand van de verdachte, waaronder langdurige IC-opname door COVID-19 en aanhoudende longklachten, legde het hof een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden op met een proeftijd van twee jaar.
De reclassering adviseerde geen onvoorwaardelijke straf vanwege de gezondheidsproblemen en een laag recidiverisico. De tijd in voorarrest wordt in mindering gebracht op de straf. Het arrest werd uitgesproken op 28 april 2022 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.