ECLI:NL:GHAMS:2022:1020
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging oplegging ISD-maatregel ondanks verminderd recidiverisico
Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam behandeld, waarin een ISD-maatregel van twee jaar was opgelegd. De verdachte betwistte deze maatregel en verzocht primair om een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven maanden en subsidiair om een voorwaardelijke ISD-maatregel.
De verdediging voerde aan dat de ISD-maatregel een ultimum remedium is en dat er voor verdachte nog andere mogelijkheden zijn, zoals begeleiding door AMOC. Tevens werd aangevoerd dat de recidive sinds 2020 is afgenomen en dat de reclasseringsmedewerker niet had verklaard dat toezicht onmogelijk was.
Het hof oordeelde dat ondanks de afname van recidive het recidiverisico hoog blijft vanwege de verslavingsproblematiek. De reclasseringswerker bevestigde dat er geen reële alternatieven zijn om het recidivegevaar te beperken. De langdurige harddrugsverslaving van verdachte, die al sinds zijn twaalfde bestaat, is moeilijk te behandelen. Daarnaast heeft verdachte geen sociale rechten opgebouwd, geen postadres, verzekering of uitkering, waardoor begeleiding buiten de ISD-maatregel niet haalbaar is.
Het hof achtte de oplegging van de ISD-maatregel noodzakelijk ter beveiliging van de samenleving en ter beperking van recidive. Het verweer van de verdediging werd verworpen en het vonnis van de rechtbank bevestigd met een aanvullende overweging over de ISD-maatregel.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de oplegging van de ISD-maatregel van twee jaar tegen verdachte.