Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
- [kind 1] , geboren [in] 2010, en
- [kind 2] , geboren [in] 2012.
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 5 april 2022 de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bekrachtigd. Deze maatregel was door de kinderrechter op 30 december 2021 verleend vanwege ernstige zorgen over het alcoholgebruik van de moeder tijdens de zorg voor het kind en vermoedens van Foetaal Alcoholsyndroom (FAS) bij de minderjarige.
De moeder was in hoger beroep gekomen tegen de duur en noodzaak van de uithuisplaatsing, stellende dat zij geen verslaving heeft en bereid is tot behandeling en controles. De Raad voor de Kinderbescherming handhaafde het standpunt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is vanwege herhaald alcoholgebruik van de moeder, onveilige situaties voor het kind, en twijfels over de opvoedcapaciteiten van de vader als alternatief.
Het hof overwoog dat eerdere meldingen van alcoholgebruik en huiselijk geweld in het gezin, recente incidenten en de beperkte opvangmogelijkheden bij de vader de uithuisplaatsing rechtvaardigen. De lopende onderzoeken naar de ontwikkeling van de minderjarige en het perspectief op opgroeien bij een van de ouders maken voortzetting van de maatregel noodzakelijk. Het verzoek tot verkorting van de uithuisplaatsing werd afgewezen, en het hof benadrukte het belang van frequent contact tussen kind en ouders.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige tot 30 juni 2022 wegens noodzaak in het belang van verzorging en opvoeding.