ECLI:NL:GHAMS:2021:957
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel niet ontvankelijk wegens nietige inleidende oproep
Het openbaar ministerie had de betrokkene veroordeeld tot betaling van een bedrag van EUR 14.770,16 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, naast een veroordeling voor overtreding van de Opiumwet en diefstal. De betrokkene stelde hoger beroep in tegen deze vonnissen. Tijdens de behandeling in hoger beroep op 23 maart 2021 bleek dat het dossier in ongerede was geraakt, waardoor het hof niet kon vaststellen of de inleidende oproep op de wettelijk voorgeschreven wijze was betekend.
Deze onduidelijkheid over de betekening leidde ertoe dat het hof de inleidende oproep nietig verklaarde. Als gevolg daarvan vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht door de inleidende oproep nietig te verklaren. Hierdoor kan het hoger beroep niet verder in behandeling worden genomen.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters N.A. Schimmel, L.I.M. van Bergen en R. Oude Breuil, en uitgesproken op 23 maart 2021. De zaak betreft een ontnemingszaak met betrekking tot wederrechtelijk verkregen voordeel en strafrechtelijke veroordelingen voor opzettelijke overtredingen van de Opiumwet en diefstal.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart de inleidende oproep nietig en vernietigt het vonnis van de politierechter.