Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2021:956

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
23 maart 2021
Publicatiedatum
8 april 2021
Zaaknummer
23-000311-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a SvArt. 3a Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid inleidende dagvaarding wegens onduidelijkheid betekening in hennepteeltzaak

In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het telen en aanwezig hebben van een grote hoeveelheid hennepplanten en het illegaal aftappen van elektriciteit. Het hof onderzocht het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter van januari 2018.

Tijdens de zitting bleek dat het dossier in ongerede was geraakt, waardoor het hof niet kon vaststellen of de inleidende dagvaarding correct was betekend volgens de wettelijke voorschriften. Dit betekende dat de formele vereisten voor de dagvaarding niet konden worden gecontroleerd.

Gezien deze procedurele tekortkoming verklaarde het hof de inleidende dagvaarding nietig en vernietigde het het vonnis van de politierechter. Hierdoor werd de zaak niet inhoudelijk behandeld en moest opnieuw recht worden gedaan.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 23 maart 2021, waarbij twee raadsheren niet konden ondertekenen.

Uitkomst: De inleidende dagvaarding wordt nietig verklaard en het vonnis van de politierechter vernietigd.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000311-18
datum uitspraak: 23 maart 2021
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 22 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 15-700280-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboortedatum],
adres: [woonplaats].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 23 maart 2021.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 01 maart 2016 te Heerhugowaard, althans in Nederland, opzettelijk (in de uitoefening van een beroep of bedrijf ) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, althans opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een woning op het adres [woonplaats])(ongeveer) 191 hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 oktober 2015 tot en met 1 maart 2016, te Heerhugowaard, althans in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit het perceel [adres]) heeft weggenomen een hoeveelheid elektrische stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan "Liander N.V.", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Geldigheid van de inleidende dagvaarding

Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het dossier in onderhavige zaak in ongerede is geraakt. Aldus kan het hof niet controleren of de inleidende dagvaarding op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend. Onder die omstandigheid zal de inleidende dagvaarding nietig worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart de inleidende dagvaarding nietig.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. L.I.M. van Bergen en mr. R. Oude Breuil, in tegenwoordigheid van C. Mittendorf, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 maart 2021.
De jongste en de oudste raadsheer zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.