ECLI:NL:GHAMS:2021:867
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens verstoorde ouderrelatie en contactproblematiek
De zaak betreft een verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren uit een inmiddels verbroken relatie tussen de moeder en de vader, die gezamenlijk het gezag uitoefenen. De ondertoezichtstelling was reeds sinds 2018 van kracht en was meerdere malen verlengd.
De moeder verzocht in hoger beroep om de verlenging van de ondertoezichtstelling af te wijzen, stellende dat het contact tussen de vader en de minderjarige hervat kan worden zodra de vader zijn detentie en persoonlijke problematiek heeft afgerond. De gecertificeerde instelling (GI) en de vader verzochten de verlenging te handhaven, stellende dat het contact tussen vader en kind nog niet is hersteld en de verstoorde relatie tussen de ouders dit bemoeilijkt.
Het hof oordeelde dat de verlenging terecht was, omdat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door het ontbreken van onbelast contact met de vader. De vader verblijft sinds juli 2020 in detentie en werkt aan zijn herstel. De moeder toont onvoldoende bereidheid om vrijwillig mee te werken aan contactherstel. Het hof achtte het gedwongen kader van de ondertoezichtstelling noodzakelijk om de belangen van de minderjarige te waarborgen.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het meer of anders verzochte af. De ondertoezichtstelling werd verlengd voor zes maanden, met het oog op de voortgang van contactherstel en de stabiliteit van de thuissituatie.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd voor zes maanden vanwege het ontbreken van onbelast contact tussen vader en kind en de verstoorde relatie tussen ouders.