ECLI:NL:GHAMS:2021:858
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling contactregeling tussen moeder en minderjarige
De zaak betreft een geschil over de contactregeling tussen de vrouw en haar minderjarige kind, geboren uit een inmiddels verbroken relatie met de man die het eenhoofdig gezag uitoefent en bij wie het kind woont.
In eerste aanleg was een contactregeling vastgesteld waarbij telefonisch contact werd voorgeschreven. Deze regeling is echter niet nagekomen door de vrouw, waardoor sinds april 2020 geen contact meer heeft plaatsgevonden. Het kind voelt zich afgewezen en onbegrepen, wat ook bevestigd werd door een gesprek via WhatsApp-videoverbinding met de voorzitter van het hof.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde afwijzing van het verzoek tot contactregeling, stellende dat het contact ernstig nadeel oplevert voor het kind. Het hof achtte het belang van het kind zwaarder dan het recht op omgang en vernietigde de beschikking van de rechtbank, wijzend het verzoek van de vrouw af. Tevens wees het hof het verzoek van de man tot het treffen van een voorlopige voorziening af omdat dit belang inmiddels vervallen was.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vaststelling van een contactregeling af en vernietigt de beschikking van de rechtbank.