ECLI:NL:GHAMS:2021:773
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Moeder wordt niet hersteld in het ouderlijk gezag over dochter na langdurige uithuisplaatsing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die haar niet heeft hersteld in het ouderlijk gezag over haar dochter, die sinds 2014 niet meer bij haar woont en sinds 2017 in een gezinshuis verblijft. De moeder heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt en draagt de zorg voor haar jongere dochter, maar het hof oordeelt dat dit niet betekent dat zij duurzaam verantwoordelijk kan zijn voor de verzorging en opvoeding van haar oudere dochter met complexe zorgbehoeften.
De dochter heeft een belaste voorgeschiedenis met meerdere meldingen van onveilige situaties, waaronder huiselijk geweld en mishandeling, en heeft inmiddels een stabiele en veilige woonplek bij gezinshuisouders waar zij gehecht is. Het hof benadrukt dat het belang van het kind voorop staat en dat het doorbreken van deze stabiele situatie ernstige gevolgen kan hebben voor haar ontwikkeling.
De moeder accepteert de plaatsing in het gezinshuis en wenst meer betrokkenheid bij gezagsbeslissingen, maar dit is onvoldoende voor herstel van het gezag. De omgangsregeling met de moeder wordt erkend als belangrijk, maar het verzoek tot gezagsherstel wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot herstel in het ouderlijk gezag over haar dochter af en bekrachtigt de beschikking van de rechtbank.