ECLI:NL:GHAMS:2021:703
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep zorgregeling en kinderalimentatie na echtscheiding met vier minderjarige kinderen
Partijen zijn in 2013 gehuwd en hebben vier minderjarige kinderen. Na hun echtscheiding in 2019 is een voorlopige zorgregeling en kinderalimentatie vastgesteld. De man vroeg om een zorgregeling waarbij de kinderen om de week een volledige week bij hem verblijven, terwijl de vrouw dit beperkt wilde houden tot het weekend en zondagavond terugkeer naar haar. De rechtbank bepaalde een zorgregeling waarbij de kinderen om de week van donderdagmiddag tot maandagochtend bij de man verblijven.
In hoger beroep bevestigt het hof dat de huidige regeling passend is, mede gelet op de wensen van de kinderen en het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De vrouw wilde de kinderen op zondagavond terug, de man wilde dat zij de hele zondag bij hem blijven. Het hof oordeelt dat het in het belang van de kinderen is dat zij om de week op zondag een dag zonder vaste activiteiten bij de vader doorbrengen en tot maandagochtend blijven.
Ten aanzien van de kinderalimentatie stelt het hof vast dat de draagkracht van de man €695 per maand is en die van de vrouw €117 per maand. De behoefte van de kinderen is vastgesteld op €1.153 per maand. Na verrekening van de zorgkorting wordt de kinderalimentatie vastgesteld op €115 per kind per maand, ingaande 6 mei 2020. Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de beschikking af en bekrachtigt de overige onderdelen van de beschikking.
Uitkomst: De zorgregeling wordt bekrachtigd en de kinderalimentatie vastgesteld op €115 per kind per maand vanaf 6 mei 2020.