Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de zorgregeling en kinderalimentatie voor hun twee minderjarige dochters van 15 en 16 jaar. De vader verzocht om een zorgregeling met begeleide contactmomenten en een verhoging van de kinderalimentatie. De moeder verzocht om afwijzing van het verzoek tot zorgregeling en toewijzing van een hogere alimentatie.
Het hof overwoog dat de kinderen geen contact met hun vader wensen vanwege een langdurig loyaliteitsconflict en dat het forceren van contact hun belangen schaadt. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de wens van de kinderen te respecteren en hen rust te geven. Daarom werd het verzoek tot zorgregeling afgewezen.
Ten aanzien van de alimentatie stelde de moeder dat het inkomen van de vader was gestegen, maar kon dit onvoldoende onderbouwen. Het hof oordeelde dat de moeder haar stelplicht en bewijslast niet had voldaan en bevestigde daarom de bestaande alimentatie.
De beschikking van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2020 werd door het hof bekrachtigd, waarmee het verzoek van de vader werd afgewezen en het verzoek van de moeder tot verhoging van alimentatie eveneens niet werd toegewezen.
Uitkomst: De beschikking van de rechtbank Amsterdam wordt bekrachtigd; het verzoek tot wijziging zorgregeling en verhoging kinderalimentatie wordt afgewezen.