Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
2. De bevalling op 9 [datum] had beter moeten worden voorbereid.
3. Op [datum] had gekozen moeten worden voor een keizersnede.
4. De schouderdystocie is niet zorgvuldig behandeld.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant stelde het deurwaarderskantoor aansprakelijk wegens het niet tijdig uitbrengen van een dagvaarding in hoger beroep tegen een vonnis van 24 mei 2017. Het hof sluit aan bij de jurisprudentie over beroepsaansprakelijkheid van advocaten en beoordeelt of appellant schade heeft geleden door het verzuim.
De feiten betreffen een medische aansprakelijkheidszaak tegen het Kennemer Gasthuis over een geboorte met een Erbse parese. De rechtbank had de vordering van appellant afgewezen omdat niet was voldaan aan het relativiteitsvereiste en geen medische fout was vastgesteld. Appellant heeft nagelaten te stellen welke grieven hij in hoger beroep zou hebben aangevoerd en heeft onvoldoende onderbouwd dat het vonnis in hoger beroep vernietigd zou worden.
Het hof oordeelt dat appellant niet heeft voldaan aan zijn stelplicht om aan te tonen dat hij schade heeft geleden door het verzuim van het deurwaarderskantoor. De bewijsaanbiedingen zijn niet ter zake dienend. Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van appellant af wegens het ontbreken van concrete gronden voor vernietiging in hoger beroep.