ECLI:NL:GHAMS:2021:618
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake verhaalsbijdrage bijstandsuitkering na echtscheiding
De man is gehuwd geweest met de vrouw en zij hebben drie minderjarige kinderen. De vrouw ontving een bijstandsuitkering van de gemeente Amsterdam, die op grond van de Participatiewet een verhaalsbijdrage van de man als onderhoudsplichtige vaststelde. De rechtbank had bepaald dat de man €712 per maand moest betalen vanaf 1 december 2019.
De man ging in hoger beroep en stelde dat hij slechts €265 per maand kon betalen voor kinderalimentatie en geen draagkracht had voor partneralimentatie. De gemeente wilde de beschikking handhaven. Het hof stelde vast dat de verhaalsbijdrage vanaf 1 mei 2020 nihil moest zijn en dat over de periode daarvoor een bijdrage moest worden betaald, maar lager dan door de rechtbank vastgesteld.
Het hof berekende de behoefte van de kinderen op €476 per maand en de draagkracht van de man op €326 per maand. Na zorgkorting en verdeling van het draagkrachttekort kwam de bijdrage ten behoeve van de kinderen op €282 per maand. De man had geen draagkracht voor partneralimentatie. Betaalde bedragen aan de vrouw werden in mindering gebracht, waardoor de man over de periode €83 verschuldigd bleef. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof bepaalde de verhaalsbijdrage conform deze berekening.
Uitkomst: De verhaalsbijdrage van de man is verlaagd tot een totaal van €83 over de periode 1 december 2019 tot 1 mei 2020 en nihil vanaf 1 mei 2020.