ECLI:NL:GHAMS:2021:611
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring ontkenning vaderschap man over minderjarige in belang van juridische en feitelijke werkelijkheid
De vrouw heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de man over de minderjarige, geboren in 2019. De man is juridisch vader omdat hij op het tijdstip van de geboorte met de vrouw was gehuwd volgens het Afghaanse recht, maar de vrouw stelt dat de man niet de biologische vader is en dat de minderjarige is verwekt door haar huidige echtgenoot [X] uit Pakistan.
De bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming hebben zich achter het verzoek van de vrouw geschaard. Door de Covid-19-pandemie is het niet mogelijk een DNA-test te laten uitvoeren in het buitenland, maar het hof acht dit niet noodzakelijk voor de beslissing. De vrouw en [X] hebben verklaard dat de minderjarige in Pakistan de achternaam van [X] draagt en dat de man sinds 2015 geen contact meer met de vrouw heeft gehad.
Het hof overweegt dat de vrouw voldoende concrete feiten en omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat de man niet de biologische vader is. De juridische situatie moet worden aangepast aan de feitelijke situatie in het belang van de minderjarige. Het verzoek tot ontkenning van het vaderschap wordt daarom toegewezen.
De man is niet verschenen en zijn standpunt is onbekend. De echtscheiding tussen de vrouw en de man is op 5 april 2019 ingeschreven, waardoor de vrouw ten tijde van de geboorte niet meer gehuwd was met de man volgens Nederlands recht.
De beschikking is op 2 maart 2021 door het hof uitgesproken en de ontkenning van het vaderschap van de man over de minderjarige is gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontkenning van het vaderschap van de man over de minderjarige toe.