ECLI:NL:GHAMS:2021:522
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- G.C.C. Lewin
- M.P. van Achterberg
- A.P. Wessels
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling en proceskosten in hoger beroep na toetsing oneerlijk beding
Defam B.V. vordert betaling van een bedrag van € 20.359,64 van geïntimeerde, voortvloeiend uit een kredietovereenkomst met een limiet van € 15.000 en contractuele rente van 10,8% per jaar. In eerste aanleg werd de vordering afgewezen, maar het hof vernietigt dit vonnis en wijst de vordering alsnog toe.
Het hof baseert zich op een herberekening van de vordering door Defam, waarbij de rente over het bedrag boven de kredietlimiet niet wordt toegewezen, conform het eerdere tussenarrest. De betalingen van geïntimeerde zijn verrekend en het bedrag is inclusief rente tot de beëindigingsdatum van de overeenkomst.
Hoewel Defam in hoger beroep geheel in het gelijk wordt gesteld, worden de proceskosten van het hoger beroep niet aan geïntimeerde opgelegd vanwege de beschermingsdoelstelling van Richtlijn 93/13/EEG over oneerlijke bedingen. Geïntimeerde heeft geen verweer gevoerd en is niet verschenen, en het hoger beroep was noodzakelijk vanwege de ambtshalve toetsing door de rechter.
Het hof veroordeelt geïntimeerde tot betaling van het bedrag en de proceskosten van de eerste aanleg, inclusief wettelijke rente, en verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten van het hoger beroep blijven voor rekening van Defam.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van Defam toe en veroordeelt geïntimeerde tot betaling en proceskosten eerste aanleg, terwijl de kosten van het hoger beroep voor rekening van Defam blijven.