ECLI:NL:GHAMS:2021:48
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep echtscheiding met toewijzing huurrecht en afwijzing eenhoofdig gezag
Partijen zijn in 2017 in Marokko gehuwd en hebben een in 2020 geboren minderjarige. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en bepaalde dat de man huurder van de voormalige echtelijke woning is. De vrouw kwam in hoger beroep met verzoeken tot afwijzing van de echtscheiding, toewijzing van het huurrecht aan haar en eenhoofdig gezag over het kind.
Het hof bevestigde de Nederlandse rechtsmacht en het toepasselijke Nederlandse recht. De echtscheiding werd opnieuw uitgesproken, waarbij werd gecorrigeerd dat partijen in Marokko zijn gehuwd. Het ontbreken van een ouderschapsplan werd geaccepteerd vanwege slechte communicatie tussen partijen. Het verzoek van de vrouw tot eenhoofdig gezag werd afgewezen omdat het te vroeg was om te concluderen dat gezamenlijk gezag niet mogelijk is.
Het hof bepaalde dat de hoofdverblijfplaats van het kind bij de vrouw ligt. Na belangenafweging werd het huurrecht aan de man toegekend vanwege zijn kwetsbare positie en het belang van continuïteit. Proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. De beschikking werd voor het grootste deel bekrachtigd, met uitzondering van de echtscheiding die opnieuw werd uitgesproken.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, huurrecht toegekend aan man, hoofdverblijfplaats bij vrouw en verzoek eenhoofdig gezag afgewezen.