ECLI:NL:GHAMS:2021:425

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 februari 2021
Publicatiedatum
16 februari 2021
Zaaknummer
23-002184-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 lid 5 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs overtreding Wegenverkeerswet 1994

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het eerdere vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken van de tenlastegelegde overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

De zaak betrof een verkeersrechtelijke overtreding waarvan de verdachte werd beschuldigd. Het hof heeft het bewijs opnieuw gewogen en geoordeeld dat niet vaststaat dat de verdachte de overtreding heeft begaan. Hierdoor kon geen veroordeling worden uitgesproken.

Het arrest is gewezen door het enkelvoudige hof op 9 februari 2021, waarbij het vonnis van 1 oktober 2020 van de politierechter te Amsterdam is vernietigd. De verdachte is door het hof vrijgesproken en het vonnis van eerste aanleg is komen te vervallen.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van overtreding van artikel 8, vijfde lid, Wegenverkeerswet 1994.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer eerste aanleg : 96-129391-19
parketnummer hoger beroep : 23-002184-20

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam, enkelvoudige strafkamer, van 9 februari 2021 gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 1 oktober 2020 in de zaak tegen de verdachte:
naam: [verdachte]
voornamen: [verdachte]
geboren: op [geboortedag] 1996 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen)
adres: [adres].

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gewezen door mr. R.D. van Heffen, in bijzijn van mr A.S. de Bruin, griffier.
mr. R.D. van Heffen