ECLI:NL:GHAMS:2021:4238
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige
De minderjarige verblijft sinds maart 2020 in een pleeggezin en is onder toezicht gesteld vanwege zorgen over zijn ontwikkeling en thuissituatie. De moeder oefent het gezag uit, maar heeft een verstandelijke beperking en persoonlijke problemen die haar opvoedcapaciteit beperken. De grootouders moederszijde zijn eveneens onvoldoende in staat om de complexe opvoedvraag te dragen.
De moeder verzocht om terugplaatsing van de minderjarige naar haar of de grootouders, stellende dat er geen ontwikkelingsbedreiging meer is en dat er een adequaat opvoedklimaat kan worden geboden. De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming adviseerden de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing vanwege de positieve ontwikkeling van de minderjarige in het pleeggezin en de loyaliteitsproblemen die hij ervaart.
Het hof concludeert dat de gronden voor verlenging van de machtiging aanwezig blijven, mede omdat de minderjarige gehecht is aan het pleeggezin en zijn ontwikkelingsachterstand heeft ingehaald. De belangen van de minderjarige worden het best gediend door voortzetting van de uithuisplaatsing, waarbij een goede band met moeder en grootouders behouden blijft.
Daarom wordt de bestreden beschikking bekrachtigd en het verzoek van de moeder afgewezen.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd en het verzoek tot terugplaatsing afgewezen.