ECLI:NL:GHAMS:2021:4194
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing gezamenlijk gezag en vaststelling omgangsregeling tussen vader en kind
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep het verzoek van de vader om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kind met de moeder te verkrijgen afgewezen. Het hof handhaaft de eenhoofdig gezagsuitoefening door de moeder, gezien de recente verbetering in de communicatie tussen ouders maar de nog kwetsbare situatie.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin werd vastgesteld dat het kind zich goed ontwikkelt, ondanks een taalontwikkelingsstoornis. De vader heeft geen eigen woning en geen baan, en was lange tijd niet betrokken bij het kind, wat de hechtingsrelatie beïnvloedde. De raad adviseerde een minimale omgangsregeling van wekelijks contact en geleidelijke opbouw naar een weekendregeling met hulp van het Omgangshuis en het Ouder- en Kind Team (OKT).
Tijdens de zitting verklaarden partijen dat het contact inmiddels is hersteld en goed verloopt, met wekelijkse bezoeken van de vader onder toezicht van de moeder. Het hof constateert dat de ouders erin geslaagd zijn het belang van het kind voorop te stellen en afspraken te maken over de omgang. Het hof stelt een omgangsregeling vast van wekelijks twee uur contact, met de mogelijkheid tot uitbreiding onder begeleiding van het OKT.
Het hof benadrukt dat gezamenlijk gezag op dit moment niet in het belang van het kind is vanwege de kwetsbare communicatie en het recente contact. Indien de omgangsregeling structureel wordt en de communicatie verbetert, kan de situatie opnieuw worden beoordeeld. De beschikking wordt vernietigd voor zover het gezamenlijk gezag betreft en het verzoek van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: Verzoek gezamenlijk gezag afgewezen; omgangsregeling vastgesteld met wekelijkse contactmomenten onder begeleiding.