Uitspraak
[verdachte]
Gerechtshof Amsterdam
De verdachte werd in eerste aanleg bij verstek veroordeeld door de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) op 30 juni 2021. Tegen dit vonnis stelde de verdachte geen tijdig hoger beroep in binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van veertien dagen, maar pas op 11 augustus 2021. Hierdoor is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard door het gerechtshof Amsterdam.
De procedure betrof een hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter. De dagvaarding was aan de verdachte persoonlijk betekend, maar de verdachte verscheen niet op de zitting, waarna verstek werd verleend. Het hof oordeelde dat het niet tijdig instellen van het hoger beroep leidt tot niet-ontvankelijkheid.
Het arrest van 16 december 2021 bevestigt hiermee het belang van het naleven van termijnen in het strafprocesrecht en sluit de mogelijkheid tot behandeling van het hoger beroep uit vanwege de overschrijding van de beroepstermijn.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.