ECLI:NL:GHAMS:2021:3971
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ondercuratelestelling en benoeming moeder als curator
De rechthebbende, geboren in 1991, lijdt sinds 2010 aan psychoses en is meerdere malen gedwongen opgenomen geweest. In 2011 werd hij onder curatele gesteld met zijn moeder als curator. Door een administratieve fout verviel de ondercuratelestelling in 2013. Na een gedwongen opname in 2019 vroeg de GGZ om een professionele curator, waarna CAV werd benoemd.
De moeder verzoekt in hoger beroep haar als curator te benoemen, stellende dat zij de belangen van haar zoon beter kan behartigen. De GGZ en CAV erkennen haar rol en stellen dat zij de financiën goed beheert. De psychiater twijfelt over haar rol in medische zorg, maar acht haar benoeming in het belang van de rechthebbende.
Het hof oordeelt dat de geestelijke toestand van de rechthebbende een ondercuratelestelling rechtvaardigt en dat een minder verstrekkende maatregel niet passend is. Gezien de voorkeur van de rechthebbende en het ontbreken van gegronde bezwaren, vernietigt het hof de benoeming van CAV en benoemt de moeder tot curator.
Uitkomst: De ondercuratelestelling wordt bekrachtigd en de moeder benoemd tot curator, waarbij de benoeming van CAV wordt vernietigd.