ECLI:NL:GHAMS:2021:3826
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
De verdachte was in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de politierechter van 19 december 2019. Tijdens de terechtzitting van 19 april 2021 gaf de raadsman aan dat de verdachte het hoger beroep niet wenste te handhaven en daarmee zijn eerder ingediende bezwaren introk.
Het hof nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal om de verdachte niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Omdat geen rechtens te respecteren belang meer was gebleken voor verder onderzoek, verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Het arrest werd gewezen door de enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 19 april 2021. Hiermee is het hoger beroep van de verdachte beëindigd zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet handhaven van het hoger beroep.