ECLI:NL:GHAMS:2021:3822

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 maart 2021
Publicatiedatum
6 december 2021
Zaaknummer
23-000421-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 onder B OpiumwetArt. 36e SrArt. 422 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontnemingsvonnis wegens medeplichtigheid aan overtreding Opiumwet

Het openbaar ministerie vorderde in eerste aanleg dat betrokkene werd verplicht tot betaling van een bedrag van €2.250,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene was door de politierechter veroordeeld wegens medeplichtigheid aan een opzettelijke overtreding van een verbod uit artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet.

Betrokkene stelde hoger beroep in tegen zowel de strafvonnis als de ontnemingsmaatregel. Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep behandeld op 3 maart 2021 en op 17 maart 2021 het arrest gewezen.

Na kennisname van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging heeft het hof zich verenigd met het vonnis van de politierechter en dit bevestigd. De ontnemingsvordering van €2.250,00 blijft daarmee gehandhaafd.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters M. Lolkema, P. Greve en E. van Die. Twee van hen waren niet in staat het arrest mede te ondertekenen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling en ontnemingsmaatregel van €2.250,00 wegens medeplichtigheid aan overtreding Opiumwet.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000421-20 (ontneming)
datum uitspraak: 17 maart 2021
TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Alkmaar) van 11 februari 2020 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 15-172449-19 tegen de betrokkene
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1973,
adres: [adres].

Procesgang

Het openbaar ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de betrokkene de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van EUR 2.250,000.
De betrokkene is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 11 februari 2020 -kort gezegd - veroordeeld ter zake van medeplichtigheid aan opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.
Voorts heeft de politierechter in de rechtbank Noord-Holland bij vonnis van 11 februari 2020 de betrokkene de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van EUR 2.250,00 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen beide vonnissen.
De betrokkene is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 17 maart 2021 veroordeeld terzake van -kort gezegd - medeplichtigheid aan/tot opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 maart 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Lolkema, mr. P. Greve en mr. E. van Die, in tegenwoordigheid van mr. B.K.M. Pouw, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 maart 2021.
mr. M. Lolkema en mr. P. Greve zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.