ECLI:NL:GHAMS:2021:3470

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
12 november 2021
Publicatiedatum
12 november 2021
Zaaknummer
23-000596-21
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis invoer cocaïne via Schiphol ondanks alternatief scenario verdachte

In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigd in een zaak over invoer van circa vijf kilo cocaïne via luchthaven Schiphol.

De verdachte ontkende kennis van de drugs en stelde dat de cocaïne zonder haar medeweten tijdens een drugscontrole in haar koffer was geplaatst. Zij verklaarde dat zij haar koffer even onbeheerd had achtergelaten tijdens een urinecontrole op het vliegveld van Zanderij.

Het hof verwierp dit scenario als ongeloofwaardig, mede omdat het gewicht van de koffer bij inchecken en bij vondst op Schiphol overeenkwam, wat manipulatie van claimtag of bagagelabel onwaarschijnlijk maakt. Ook achtte het hof het onwaarschijnlijk dat een drugsorganisatie een onwetende koerier met zo’n grote hoeveelheid cocaïne zou belasten vanwege de hoge risico’s.

Het hof concludeerde dat de invoer van cocaïne wettig en overtuigend bewezen is en verwierp het verweer van de verdachte. Het vonnis van de rechtbank werd bevestigd met vervanging van de bewijsoverweging.

Uitkomst: Het hof bevestigt het vonnis en acht bewezen dat verdachte cocaïne invoerde via Schiphol.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000569-21
datum uitspraak: 12 november 2021
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 23 februari 2021 in de strafzaak onder parketnummer 15-274276-20 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1976,
adres: [adres] ,
thans gedetineerd in P.I.V. HvB Nieuwersluis te Nieuwersluis.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 29 oktober 2021 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof de bewijsoverweging van de rechtbank vervangt door onderstaande bewijsoverweging.

Bewijsoverweging

De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit wegens gebrek aan overtuiging. Daartoe heeft hij, kort samengevat, aangevoerd dat de verdachte niks wist van de in haar koffer aangetroffen drugs en het opzet op de invoer daarvan, ook in voorwaardelijke vorm, ontbreekt. De verdachte heeft op de terechtzitting in hoger beroep een alternatief scenario naar voren gebracht en stelt dat de drugs door anderen in haar koffer zijn gestopt. Dit moet zijn gebeurd terwijl zij onderworpen werd aan een drugscontrole op het vliegveld van Zanderij. Zij werd gevraagd op het toilet in een potje te plassen met het oog op een urinecontrole en heeft toen haar koffer open achtergelaten in de ruimte waar zij werd gecontroleerd. Toen zij terugkwam trof zij haar koffer weer afgesloten aan en heeft zij de inhoud niet meer kunnen controleren. De verdachte heeft daar van meet af aan consequent over verklaard en de beschuldigingen aan haar adres stellig ontkend.
Het hof overweegt als volgt.
Op grond van hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen en de stukken in het dossier heeft het hof de volgende feiten en omstandigheden vastgesteld. Op 1 november 2020 is op de luchthaven Schiphol tijdens een verscherpte controle van de ruimbagage van vlucht [vlucht] vanuit Paramaribo (Suriname) een rode rolkoffer aangetroffen. In deze rolkoffer is 5 kilo cocaïne, verstopt in verpakkingen van etenswaren, aangetroffen. Aan deze rolkoffer was een onbeschadigd bagagelabel met nummer [nummer] ten name van de verdachte bevestigd. Op het bagagelabel staat een incheckgewicht van 22 kilo vermeld. De verdachte is met diezelfde vlucht gereisd. Ook de onder de verdachte aangetroffen claimtag met nummer [nummer] vermeldt dat op naam van de verdachte 1 stuk ruimbagage is ingecheckt met een gewicht 22 kilo. Het gewicht van de op Schiphol aangetroffen rolkoffer was 22 kilo.
Het hof is van oordeel dat het door verdachte naar voren gebrachte scenario waarin de drugs tijdens een douanecontrole buiten haar medeweten in haar koffer zijn gestopt, als ongeloofwaardig ter zijde kan worden geschoven. Dit strookt immers niet met het op de claimtag en bagagelabel aangegeven gewicht van de koffer bij het inchecken, dat hetzelfde is als het gewicht bij weging op Schiphol. Het door verdachte aangevoerde scenario zou veronderstellen dat er ook gesjoemeld is de claimtag en/of het bagagelabel. Hiervoor bestaat evenwel geen enkele aanwijzing. Het hof acht dit ook niet aannemelijk, nu niet valt in te zien waarom corrupte douaneambtenaren die moeite zouden nemen en dit ook betrokkenheid van luchtvaartpersoneel veronderstelt aangezien de luchtvaartmaatschappij verantwoordelijk is voor het afgeven van claimtags en niet de douane.
Daar komt bovenop dat het een feit van algemene bekendheid is dat vanuit Suriname regelmatig drugs naar Europa worden gesmokkeld. Dat door een drugsorganisatie aan een onwetende en onbekende koerier bijna vijf kilo cocaïne wordt meegegeven, een hoeveelheid die een aanzienlijke straatwaarde vertegenwoordigt, is zeer onwaarschijnlijk gelet op de enorme risico’s die dit voor de organisatie meebrengt, zoals het verlies van de cocaïne wanneer de koerier niet meer kan worden achterhaald.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen de invoer van cocaïne en daarmee wordt het gevoerde verweer verworpen.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. V.M.A. Sinnige, mr. D. Radder en mr. M.J. Dubelaar, in tegenwoordigheid van mr. D. de Jong, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 november 2021.
Mrs. Radder en Dubelaar zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.