ECLI:NL:GHAMS:2021:3315
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing kinderbijdrage wegens gebrek aan draagkracht man
Partijen hadden een relatie waaruit een minderjarige is geboren. De vrouw oefent het gezag uit en verzocht om vaststelling van een kinderbijdrage van €300 per maand vanaf 2019. De man kwam in hoger beroep en verzocht de bijdrage op nihil te stellen vanwege zijn lage inkomen en schulden.
Het hof stelde vast dat de man tot en met 2019 een inkomen onder bijstandsniveau had en onvoldoende inzicht gaf in zijn inkomsten over 2020 en 2021. Hoewel hij enige tijd werkte, ontbraken bewijsstukken en was hij onvoldoende transparant. Zijn minimale draagkracht werd op €25 per maand vastgesteld, maar rekening houdend met zijn schulden en minimale inkomen achtte het hof hem niet in staat deze bijdrage te betalen.
Daarom vernietigde het hof de eerdere beschikking en wees het verzoek van de vrouw af. De man had nog geen kinderbijdrage betaald, zodat een terugvordering niet aan de orde was. Het hof veroordeelde de man niet in proceskosten gezien de aard en uitkomst van de zaak.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vaststelling van kinderbijdrage af wegens gebrek aan draagkracht van de man.