ECLI:NL:GHAMS:2021:302

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 januari 2021
Publicatiedatum
9 februari 2021
Zaaknummer
200.279.508/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling onderzoeksbudget enquêterecht PGH Autogroep B.V.

De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een verzoek in het kader van het enquêterecht betreffende PGH Autogroep B.V. en aanverwante partijen. Na eerdere beschikkingen werd een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van PGH vanaf 6 december 2016. De onderzoeker, mr. R. le Grand, stelde een plan van aanpak met een begroting op, waarin hij een budget tussen €35.000 en €50.000 verwachtte.

Partijen kregen gelegenheid om op de begroting te reageren. De advocaten van Saint Bourgeois en belanghebbenden reageerden, waarbij geen bezwaren werden geuit tegen de begroting. De begroting omvatte een totaal van 160 uur tegen een uurtarief van €310, wat resulteerde in een bedrag van €49.600.

De Ondernemingskamer oordeelde dat het uurtarief en de begroting niet onredelijk zijn gezien de aard, omvang en complexiteit van de zaak en de ervaring van de onderzoeker. Daarom werd het onderzoeksbudget vastgesteld op €50.000 exclusief btw. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en werd in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2021.

Uitkomst: Het onderzoeksbudget wordt vastgesteld op €50.000 exclusief btw.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.279.508/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 14 januari 2021
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
B.V. SAINT BOURGEOIS,
gevestigd te Mijdrecht,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. M.J.W. Hoek, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PGH AUTOGROEP B.V.,
gevestigd te Alphen aan den Rijn,
VERWEERSTER,
niet verschenen,
e n t e g e n
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[A],
gevestigd te [....] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[B],
gevestigd te [....] ,
BELANGHEBBENDEN tevens VERZOEKSTERS,
advocaat:
mr. H.P. Plas, kantoorhoudende te Utrecht,
e n t e g e n

1.[C] ,

wonende te [....] ,
2.
[D],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
verschenen in persoon,
e n t e g e n

3.[E] ,

wonende te [....] ,
4.
[F],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. M.J.W. Hoek, kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn.

1.Het verloop van het geding

1.1
In het vervolg worden partijen aangeduid als Saint Bourgeois, PGH, [A] , [B] , [C] , [D] , [E] en [F] .
1.2
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar haar beschikkingen van 30 november en 2 december 2020 in deze zaak.
1.3
Bij die beschikkingen heeft de Ondernemingskamer – voor zover thans van belang – een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van PGH over de periode vanaf 6 december 2016, mr. R. le Grand te Rotterdam (hierna: de onderzoeker) benoemd teneinde het onderzoek te verrichten en de vaststelling van het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten aangehouden.
1.4
De onderzoeker heeft bij e-mail van 5 januari 2021 een plan van aanpak van het onderzoek, met bijlage, aan de Ondernemingskamer gezonden. Door middel van het plan van aanpak heeft hij uiteengezet op welke wijze hij het aan hem opgedragen onderzoek zal uitvoeren. Daarin is een begroting met specificatie vervat van de diverse werkzaamheden die in verband met het onderzoek dienen te worden verricht en de hoeveelheid uren die aan die werkzaamheden dienen te worden besteed. De onderzoeker heeft als verwachting uitgesproken dat het onderzoeksbudget tussen de € 35.000 en € 50.000 zal bedragen.
1.5
Van de door de Ondernemingskamer aan partijen geboden gelegenheid te reageren op de begroting van de onderzoeker hebben mr. Hoek en mr. Plas namens hun cliënten gebruik gemaakt bij hun e-mailberichten van respectievelijk 8 en 16 januari 2021.

2.De gronden van de beslissing

De onderzoeker heeft door middel van de gespecificeerde begroting voldoende toegelicht hoeveel uren naar verwachting door hem aan bepaalde werkzaamheden dienen te worden besteed. De begroting komt gebaseerd op een totaal aantal uren van 160 en een uurtarief van de onderzoeker van € 310 uit op een bedrag van € 49.600. Het uurtarief van de onderzoeker is niet onredelijk, gezien de aard en omvang van de zaak, de te verrichten onderzoekswerkzaamheden en de kennis en ervaring van de onderzoeker. De begroting komt de Ondernemingskamer ook overigens niet onredelijk voor. Volgens de in 1.5 genoemde uitlatingen hebben Saint Bourgeois, [E] en [F] geen commentaar op de begroting en stemmen [A] en [B] met de begroting in. De Ondernemingskamer zal het onderzoeksbudget gezien het bedrag waarop de begroting uitkomt en de door de onderzoeker uitgesproken verwachting over het onderzoeksbudget (1.4) vaststellen op € 50.000 exclusief btw.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 50.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. C.C. Meijer en mr. A.W.H. Vink, raadsheren, en prof. dr. M.N. Hoogendoorn RA en prof. drs. E. Eeftink RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. F.L.A. Straathof, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2021.