ECLI:NL:GHAMS:2021:2997
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen bewijs mondelinge overeenkomst voor vullen skybox met financieel risico
In deze civiele zaak vordert appellant betaling van €59.000,- van geïntimeerde, stellende dat zij een mondelinge overeenkomst hadden waarbij geïntimeerde zorg zou dragen voor de afname van hospitality arrangementen in een skybox en het financiële risico zou dragen.
Het hof stelt vast dat de feiten zoals door de rechtbank vastgesteld niet in geschil zijn. Uit de communicatie tussen partijen blijkt dat er wel gesprekken waren over een betalingsschema en bemiddeling, maar geen bindende overeenkomst waarbij geïntimeerde financieel aansprakelijk was.
De stellingen van appellant zijn onvoldoende concreet en worden gemotiveerd betwist door geïntimeerde, die verklaart geen verplichting te hebben tot betaling en slechts relaties heeft geïntroduceerd zonder eigenbelang.
Het bewijsaanbod van appellant is niet specifiek genoeg en wordt afgewezen. De betalingen die geïntimeerde heeft gedaan sluiten niet aan op het gestelde betalingsschema.
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende bewijs van de overeenkomst en onvoldoende specificiteit van het bewijsaanbod.